home&trends - logo
U bevindt zich hier: nl - Vastgoednieuws

WAT WEL/NIET VERANDERT MET DE VLAAMSE WOONBONUS

Het nieuwe jaar komt er razendsnel aan, maar wees gerust: behalve diegenen die in het buitenland van een vakantie genieten, zullen we op 1 januari 2015 met z’n allen in hetzelfde land wakker worden. Alleen wordt, met de inwerkingtreding van het zoveelste stukje in de enorme puzzel van de staatshervorming, de fiscaliteit van uw vastgoed nog een beetje ingewikkelder.

 

Indien u alleen over een eigen woning beschikt en er ook woont – in principe is dat het pand waar u gedomicilieerd bent – dan valt die woning voortaan onder het fiscaal regime van de gewesten. Het beleid hieromtrent zal m.a.w. verschillend zijn naargelang de woning zich in Vlaanderen, Wallonië of Brussel bevindt. Beschikt u als eigenaar over een tweede verblijf of hebt u nog meer vastgoed waar dan ook in het land, dan blijft dit fiscaal een federale materie zoals reeds het geval was.

Eén van de gevolgen is dat aftrekbare leningen, bijvoorbeeld voor renovatie, voortaan niet meer door elkaar kunnen aangewend worden voor het neutraliseren van het onroerend inkomen. Wie bijvoorbeeld over een tweede verblijf beschikt, kan geen lening aftrekken die betrekking heeft op de eigen woning, wél leningslast die slaat op het tweede verblijf zelf of op ander vastgoed.

Te noteren is ook dat de jaarlijkse belastingheffing op het onroerend inkomen – het kadastraal inkomen zeg maar – een federale materie gebleven is. Met dien verstande dat er een basisheffing naar de gewesten blijft gaan (dat is bijvoorbeeld 2,5 % voor het Vlaamse Gewest) en dat op basis daarvan ook de lagere bestuursniveaus (zoals provincies en gemeenten) opcentiemen mogen heffen.

Terug naar de fiscale behandeling: voor alle bestaande contracten die afgesloten werden voor 2015, verandert niks. Wat verandert dan wèl? Eigenlijk zijn de drie gewesten reeds sinds 1 juli 2014 verantwoordelijk voor debelastingvermindering voor de enige en eigen woning, ofte woonbonus. De onzekerheid gedurende de overgangsperiode heel vooral tot heel wat speculaties geleid. Op 1 januari 2015 zal geen enkele van de drie gewesten volledig klaar zijn met alle uitvoeringsmaatregelen, maar er zijn al een aantal cijfers die vaststaan.

Zo verlaagt voor hypothecaire leningen die afgesloten zijn na 2014 – het criterium is de datum van de notariële akte – het basisbedrag met 760 euro zakt (van 2.280 euro naar 1520 euro), maar de eerste tien jaar geldt daarop een verhoging van diezelfde 760 euro en nog eens 80 euro voor wie drie of meer kinderen ten laste heeft. Daarnaast wordt voortaan het algemeen tarief van belastingvermindering op 40 % gebracht. Bovendien worden de ingebrachte bedragen niet langer geïndexeerd.

Dat voor de nieuwe contracten op termijn geen voordeliger fiscale operatie in het verschiet ligt is duidelijk, maar net zo goed staat vast dat de woonbonus grotendeels overeind blijft en dat er daarover vanuit sommige hoeken flink gedramatiseerd werd. Er kan straks ook nog een appel uit de kast rollen met de door de Vlaamse regering beloofde hervorming van de registratierechten. Het doel hiervan is een globaal lager tarief voor de gezinswoning, claimde Vlaams Minister.

Zaak is vooral het bos door de bomen te blijven zien. De woonbonus is hoe dan ook een afgeleide. Hoofdzaak blijft de betaalbaarheid van het vastgoed, en in dit perspectief is de grote boodschap dat het einde van de lage rentetarieven zeker nog niet in zicht is. De pret van de jaarwende zal daar echt niet door bedorven worden. Meer info? Zie www.vlaanderen.be/nl/bouwen-wonen-en-energie/ lenen/belastingvermindering-voor-de-enige-en-eigen-woning-woonbonus.

http://www.homeentrends.be/uploads/magazines/editie12-2014/#16

 



Deel dit artikel!