De markt groeit dus, maar verandert tegelijk van karakter. De koper van vandaag laat zich minder snel verleiden door alleen een uitzicht, een zwembad of een zonnige brochure. Hij vergelijkt regio’s, onderzoekt lokale regels en denkt vroeger na over onderhoud, verhuur en gebruik buiten het hoogseizoen. De aankoop moet niet alleen goed voelen, maar ook kloppen. De zon blijft, de rekensom wordt belangrijker Opvallend is dat kopers gemiddeld minder lenen dan een jaar eerder. Volgens BNP Paribas Fortis daalde het gemiddelde kredietbedrag van 191.900 euro in 2024 naar 176.000 euro in 2025. Ook de gemiddelde looptijd werd korter: van 165 naar 149 maanden. De gemiddelde quotiteit bedroeg 48 procent, wat erop wijst dat kopers een aanzienlijk deel van de aankoop met eigen middelen financieren. Die cijfers tonen een duidelijke evolutie. De buitenlandse woning blijft begeerd, maar kopers maken vandaag bewustere financiële keuzes. Ze zoeken niet noodzakelijk het grootste of meest prestigieuze pand, wel een woning die past binnen hun leven én hun vermogen. Dat verklaart ook waarom de belangstelling verschuift van de bekendste hotspots naar locaties net daarbuiten. Niet iedereen wil nog betalen voor de meest prestigieuze postcode. Een woning nabij Alicante kan aantrekkelijker blijken dan een appartement in Madrid, net zoals Estepona of Benahavís voor sommige kopers een interessanter alternatief vormt voor Marbella. De voorzieningen blijven dichtbij, terwijl de prijs vaak lager ligt en de omgeving rustiger aanvoelt. Hetzelfde gebeurt in Frankrijk en Italië. Kopers kijken verder dan Parijs, de Côte d’Azur, Milaan of de bekendste Toscaanse dorpen. Middelgrote steden en regio’s met goede verbindingen, gezondheidszorg, winkels en een levendig jaarritme winnen terrein. De vraag is minder vaak: waar ligt het bekendste adres? Vaker luidt ze: waar zullen we werkelijk graag en regelmatig verblijven? Spanje overtuigt met gebruiksgemak Spanje blijft voor Belgische kopers de uitgesproken favoriet. In 2025 had 41 procent van de hypotheekaanvragen voor een tweede verblijf in het buitenland betrekking op Spaans vastgoed. Frankrijk volgde met 33 procent, Italië met 8 procent. Spanje dankt zijn populariteit niet alleen aan het klimaat. Het land biedt een breed aanbod, relatief vlotte vliegverbindingen en regio’s waar internationale kopers gemakkelijk hun weg vinden. Voor een woning die vooral voor eigen gebruik wordt gekocht, staat Spanje eveneens bovenaan. Veertig procent van die aankopen bevindt zich er, met een gemiddeld geleend bedrag van 171.000 euro. Frankrijk speelt dan weer sterker wanneer verhuur belangrijk wordt. Van de tweede verblijven die met het oog op huurinkomsten worden gekocht, bevindt 43 procent zich in Frankrijk. De nabijheid van België, de sterke binnenlandse toeristische markt en de combinatie van kust-, plattelands- en skibestemmingen maken het land aantrekkelijk voor wie de woning niet uitsluitend zelf wil gebruiken. Toch blijft verhuur voor de meeste eigenaars bijkomstig. Slechts 18 procent van de buitenlandse tweede verblijven is volgens BNP Paribas Fortis in de eerste plaats bedoeld om huurinkomsten te genereren. Het klassieke beeld van de tweede woning als loutere belegging klopt dan ook maar gedeeltelijk. Meestal komt het persoonlijke gebruik eerst, en dient verhuur vooral om een deel van de vaste kosten op te vangen. Niet één vakantie, maar een andere levensstijl De woning over de grens wordt steeds vaker deel van een bredere levensplanning. Hybride werken, flexibelere loopbanen en langere verblijven buiten het klassieke vakantieseizoen veranderen wat kopers verwachten. Een goede internetverbinding, een vlotte bereikbaarheid en voorzieningen die ook buiten het hoogseizoen beschikbaar blijven, wegen daardoor zwaarder door dan vroeger. De gemiddelde kredietnemer was in 2025 51 jaar oud, tegenover 47 jaar in 2024. Toch is het buitenlandse tweede verblijf niet uitsluitend voorbehouden aan wie het pensioen ziet naderen. Bijna een kwart van de leners is jonger dan veertig. In Spanje is bijna één op de vijf kopers jonger dan 45 jaar. Die jongere doelgroep kijkt doorgaans flexibeler naar eigendom. Een tweede verblijf hoeft niet noodzakelijk een woning voor het leven te zijn. Het kan evengoed passen bij een bepaalde levensfase: enkele jaren intensief gebruiken, tijdelijk verhuren en later opnieuw verkopen. Ook gedeeld eigenaarschap wint daardoor voorzichtig aan belang. Wie een woning slechts enkele weken per jaar gebruikt, hoeft ze niet altijd volledig zelf te bezitten. Tegelijk groeit de voorkeur voor instapklare woningen. Het romantische idee van een vervallen hoeve of dorpswoning blijft aantrekkelijk, maar renoveren in het buitenland brengt onzekerheid met zich mee. Lokale vergunningen, aannemers en stijgende bouwkosten maken zo’n project minder voorspelbaar. Daardoor kiezen steeds meer kopers voor een kwalitatief afgewerkte woning, bij voorkeur met professioneel beheer, zodat ze er meteen zorgeloos van kunnen genieten. De plek onder de zon krijgt nieuwe voorwaarden Ook het klimaat zelf wordt een aandachtspunt. Langere hittegolven, watertekorten en bosbranden doen kopers anders kijken naar ligging en bouwkwaliteit. Schaduw, isolatie, ventilatie en toegang tot water zijn geen details meer. Ze bepalen mee hoe leefbaar een woning ook op langere termijn blijft. Tegelijk winnen lente en herfst steeds meer aan belang, zowel voor eigen gebruik als voor verhuur. Regio’s die natuur, gastronomie, sport en cultuur combineren, hoeven daardoor niet langer uitsluitend van juli en augustus te leven. De Belg blijft dus naar het buitenland trekken, maar niet meer blindelings richting zon. Achter elke aankoop schuilt een veel ruimere afweging. Hoe vaak zal de woning worden gebruikt? Is ze gemakkelijk bereikbaar? Kan ze worden verhuurd? Blijft de omgeving ook buiten het seizoen aantrekkelijk? En hoeveel financiële ruimte mag de droom innemen? Precies daarin ligt de grootste verandering. Het buitenlandse tweede verblijf blijft een emotionele aankoop, maar emotie alleen volstaat niet langer. De meest aantrekkelijke woning is vandaag niet noodzakelijk die met het spectaculairste uitzicht, maar wel die waar levenskwaliteit, gebruiksgemak en financiële gemoedsrust samenkomen. 252.083 Het aantal Belgen dat minstens één tweede verblijf in het buitenland bezitten (eind april 2026)*. +31% Bij BNP Paribas Fortis is, in aantal dossiers, de markt voor tweede verblijven in het buitenland met 31% gegroeid ten opzichte van 2024. 41% Van de hypotheekaanvragen voor een tweede woning in het buitenland gaat naar Spanje, ongeacht het doel (eigen gebruik en/of verhuur). 51 jaar De gemiddelde leeftijd van een lener voor een tweede woning in het buitenland is 51 jaar (t.o.v 47 jaar in 2024). Bron: BNP Paribas Fortis – Marktinzichten tweede verblijven.
RkJQdWJsaXNoZXIy MzE2MjE=