Home and Trends - Editie 153- 2026

verschillende ontwerpers en combineert jaren opgebouwde kennis met een hedendaagse, rustige vormentaal. Ook de manier waarop Thibault en Louis vandaag verder bouwen aan het merk toont dat een familiebedrijf niet hoeft stil te staan om trouw te blijven aan zijn oorsprong. Ze nemen de ervaring en waarden mee die voor hen werden opgebouwd, maar geven tegelijk ruimte aan nieuwe ideeën, ontwerpers en collecties. En misschien is dat precies wat zo mooi is aan een familiebedrijf als Paul Rogers. Een meubel ontstaat niet alleen voor het moment waarop het wordt gekocht. Het wordt deel van het leven errond: van samen eten aan tafel en thuiskomen in dezelfde zetel tot de herinneringen die zich jaar na jaar opstapelen. Sommige meubels krijgen daardoor zelf iets tijdloos en worden misschien ooit opnieuw doorgegeven. Wat bij Paul en Paula begon als liefde voor meubels en interieur, leeft vandaag verder in een merk dat blijft evolueren zonder zijn familiale basis te verliezen. Vakmanschap met een eigen signatuur Bij Fontein & Bova gaat het meubelvak al vier generaties mee. De familielijn begint in 1928 bij Remi Van Wesepoel en loopt via Marcel en Jean-Marie tot Pieter-Jan Van Wesepoel. Maar bij Pieter-Jan wordt die geschiedenis vooral interessant door wat hij er vandaag mee doet. Hij groeide op tussen meubels, hout en natuurlijke materialen en kreeg het vakmanschap van jongs af aan mee. Vanuit die basis ontwikkelde hij een eigen visie waarin kwaliteit, materiaal en levensduur centraal staan. Met Fontein & Bova vertaalt hij die kennis vandaag naar een hedendaagse collectie met een duidelijke eigen signatuur. Die collectie beperkt zich niet tot één ruimte. Fontein & Bova ontwerpt voor indoor én outdoor, met tafels, stoelen en zitmeubelen, aangevuld met verlichting. Hout en natuurlijke materialen spelen een belangrijke rol en worden gecombineerd met onder meer textiel en vlechtwerk. Constructies mogen zichtbaar blijven en mee het karakter van een ontwerp bepalen. Juist in die combinatie van materialen komt het vakmanschap naar voren. Houten structuren, vlechtwerk en zachte volumes worden samengebracht in ontwerpen waarin esthetiek, functionaliteit en comfort elkaar versterken. De aandacht voor materiaal, verhoudingen en afwerking loopt als een rode draad door de verschillende collecties. Ook duurzaamheid krijgt bij Pieter-Jan een heel concrete betekenis. Niet alleen door de keuze van materialen, maar vooral door goed te ontwerpen en goed te maken. Hij zoekt naar technieken en oplossingen die lang meegaan en kiest bewust niet voor snelle of goedkope compromissen. Een meubel wordt niet bedacht voor één seizoen, maar om jarenlang mee te leven. Ook in de naam Fontein & Bova leeft de familiegeschiedenis verder. Pieter-Jan geeft er vandaag zijn eigen invulling aan, met de kennis en liefde voor het meubelvak die hij van vorige generaties meekreeg. Vier generaties vakmanschap vormen de basis. Wat Pieter-Jan ermee doet, is helemaal van vandaag. De maker mag zichtbaar blijven Er zit nog een tweede beweging achter die hernieuwde belangstelling voor vakmanschap. We willen steeds vaker weten waar een object vandaan komt en wie erachter zit. Niet alleen welk merk erop staat, maar wie het bedacht heeft, waar het werd gemaakt en waarom bepaalde keuzes werden gemaakt. Bij hedendaags Belgisch design hoeft de hand van de maker daarom niet volledig te verdwijnen. Een nerf mag afwijken, een oppervlak mag subtiele verschillen vertonen en een constructie mag zichtbaar blijven. Niet omdat iedere onregelmatigheid automatisch waardevol is, maar omdat materiaal en maakproces zo mee deel blijven uitmaken van het object. Ook onze kijk op kwaliteit wordt daardoor breder. Een verzorgde afwerking blijft belangrijk, maar kwaliteit zit evengoed in de juiste materiaalkeuze, een verhouding waaraan lang werd gewerkt of een technische oplossing die precies doet wat ze moet doen. Soms zit ze zelfs in de beslissing om niet alles glad te strijken. Daar raakt vakmanschap ook aan duurzaamheid. Een meubel kan technisch twintig jaar meegaan, maar als we het na enkele jaren alweer willen vervangen, wordt die levensduur nooit benut. Duurzaamheid gaat dus niet alleen over hoe lang iets kán meegaan, maar ook over hoe lang we het wíllen houden. Waarom blijven sommige objecten jarenlang bij ons, terwijl andere snel inwisselbaar worden? Materiaal en functionaliteit spelen daarin een rol, maar ook identiteit. Een meubel met een duidelijke eigenheid wordt makkelijker iets waaraan we ons hechten. We onderhouden het, herstellen het misschien en geven het soms zelfs door. Niet omdat het spectaculair moet zijn, maar omdat het iets bezit wat niet zomaar vervangbaar voelt. Van de maker naar het interieur Daar komt ook het interieur zelf opnieuw in beeld. Want een sterk interieur ontstaat zelden doordat alles uit dezelfde collectie komt. Een goed meubel kan naast iets ouds staan, naast kunst, maatwerk of een object dat al jaren bij de bewoners hoort. Sterke stukken hoeven niet op elkaar te lijken om samen te werken. Ze verdragen net die confrontatie. Misschien verklaart dat waarom Belgische interieurs vaak rust kunnen uitstralen zonder uniform te worden. Samenhang hoeft niet alleen uit dezelfde kleuren of materialen te komen. Ze kan ook ontstaan uit kwaliteit, verhouding en een zorgvuldige selectie van stukken die elk hun eigen aanwezigheid behouden. Daar raken de rol van de maker en die van de bewoner elkaar. De maker bepaalt wat een object nodig heeft. De bewoner bepaalt welke objecten samen een interieur vormen. En in beide gevallen kan weglaten even belangrijk zijn als toevoegen. Dit is Belgisch Na al die verschillende makers, materialen en werkwijzen blijft de oorspronkelijke vraag over: wat maakt Belgisch design uiteindelijk Belgisch? Niet één kleur. Niet één materiaal. En al helemaal niet één herkenbare vorm. De makers in dit verhaal bewijzen net hoe verschillend het kan zijn. Wat hen verbindt, zit ergens anders. Sophie Hellebaut vertrekt vanuit intuïtie en materiaal. Steve Nilsen gebruikt drie generaties vakkennis om te blijven experimenteren. Bij Paul Rogers wordt een familieverhaal met liefde verdergezet. En Pieter-Jan Van Wesepoel vertaalt wat hij meekreeg naar een eigen, hedendaagse signatuur. Vier verschillende verhalen en vier verschillende manieren van maken. Misschien zit precies daarin het antwoord. Belgisch design ontstaat niet vanuit één stijl, maar vanuit mensen die hun materiaal kennen, hun vak beheersen en de vrijheid nemen om er iets eigens mee te doen. Een stoel begint niet bij de stoel, schreven we aan het begin. Tussen die eerste gedachte en het object dat uiteindelijk in een interieur terechtkomt, zitten tientallen keuzes, technieken, handen en jaren opgebouwde ervaring. Niet alles daarvan zien we. Maar we voelen het wel. Het zit in de handen.

RkJQdWJsaXNoZXIy MzE2MjE=