Het zit in de handen
Belgisch design laat zich moeilijk in één stijl vangen. De herkenbaarheid zit ergens anders: bij makers die hun materiaal kennen, hun vak beheersen en daar een uitgesproken eigen handschrift aan geven.

Een stoel begint niet bij de stoel. Een tafel evenmin bij haar vorm. Daarvoor zijn er de eerste schets, een materiaal dat zich niet altijd laat dwingen, een verbinding die moet kloppen en verhoudingen die soms millimeter per millimeter worden bijgesteld. En vooral: er is iemand die beslist wanneer het ontwerp juist zit.
Precies daar begint ook het verhaal van Belgisch design. Niet bij één kleurenpalet, één vormentaal of een vastgelegde esthetiek, maar bij de mensen achter de objecten. Ontwerpers, meubelmakers en ateliers die vanuit heel verschillende achtergronden werken, maar dezelfde aandacht delen voor materiaal, techniek en detail.
Beeld: Fontein & Bova
Dat maakt Belgisch design tegelijk herkenbaar en moeilijk definieerbaar. Het werk van de ene Belgische ontwerper hoeft helemaal niet op dat van de andere te lijken. De ene kiest voor massief hout en zichtbare imperfecties, de andere zoekt naar zachte volumes of experimenteert met minerale afwerkingen. Sommige makers bouwen voort op generaties vakkennis, andere schrijven vandaag hun eigen verhaal.
Wat hen verbindt, is dus niet noodzakelijk wat we op het eerste gezicht zien. Het zit dieper: in de aandacht waarmee een ontwerp wordt ontwikkeld, in de nabijheid van het maakproces en in de eigenheid die een maker aan een object meegeeft.
Misschien herken je Belgisch design niet aan hoe het eruitziet, maar aan hoe bewust het gemaakt is.
Geen stijl, wel een handschrift
Vraag naar typisch Belgisch design en woorden als ingetogen, tactiel, tijdloos en natuurlijk volgen snel. Ze zijn niet onjuist, maar vertellen slechts een deel van het verhaal. Want zet verschillende Belgische makers naast elkaar en vooral de verschillen vallen op. Net daarin schuilt hun kracht: elk met een eigen visie, materiaalgevoel en handschrift.
Bij Atelier Collón krijgt dat handschrift vorm in het werk van Sophie Hellebaut. Sinds de lancering van haar eerste collectie in 2022 bouwt ze aan een eigen wereld van interieur- en designobjecten in verantwoord gewonnen massief hout, met de hand vervaardigd in België.
Sophie ontwerpt sterk vanuit intuïtie en gevoel voor het materiaal. Vormen ontstaan door te experimenteren, te kijken en te verfijnen, waarbij het hout zelf mee richting mag geven aan het eindresultaat.
Die visie vertaalt zich onder meer in PURE en RAW. In PURE wordt het hout zorgvuldig verfijnd en gepolijst tot een gladde, elegante afwerking. RAW laat net meer van het materiaal zelf spreken: knopen, barsten en natuurlijke structuren worden bewust behouden als onderdeel van het ontwerp. Twee benaderingen, één herkenbaar handschrift.
Sinds die eerste collectie is Atelier Collón blijven groeien. Wat begon met vazen en objecten in hout, breidde gaandeweg uit naar verlichting, meubels en outdoorobjecten. Toch blijft Sophies handschrift herkenbaar in haar aandacht voor materiaal, vorm en detail. Intussen vindt haar werk ook buiten België zijn weg.
Maar vakmanschap alleen vertelt niet het hele verhaal. Mooie dingen ontstaan ook uit liefde voor wat je doet. En net bij Sophie voel je die passie en drive bijzonder sterk: de drang om te blijven creëren, te verfijnen en nieuwe richtingen te verkennen. Zo wordt Made in Belgium geen label dat achteraf wordt toegevoegd, maar iets wat doorheen het hele verhaal loopt: van materiaal en ontwerp tot de kennis en handen die het mee vormgeven.
Kennis die je niet altijd ziet
Goed vakmanschap heeft een merkwaardige eigenschap: hoe beter het wordt uitgevoerd, hoe vanzelfsprekender het soms lijkt.
Een tafel kan op het eerste gezicht heel eenvoudig zijn. Maar net wanneer decoratie ontbreekt, worden verhoudingen, materiaal en constructie belangrijker. Hoe dun kan een blad worden? Hoe ontmoeten onderdelen elkaar? Wanneer voelt een rand verfijnd zonder fragiel te worden?
Eenvoud vraagt vaak meer discipline dan overdaad.
Bij Atelier Nilsen begint dat vakmanschap niet vandaag. De firma Nilsen bestaat sinds 1953 en werd drie generaties lang van vader op zoon doorgegeven. Vandaag zet Steve Nilsen die kennis voort, maar geeft hij er nadrukkelijk zijn eigen richting aan.
Zijn nieuwsgierigheid naar nieuwe technieken en materialen vormt daarbij een belangrijke motor. In zijn eigen atelier werkt Steve onder meer met Mortex, maar zijn ontwerpen tonen een veel breder materiaalpalet. In FLINT GRID komen verschillende materialen en afwerkingen samen, van Mortex en hout tot leder, textiel en metaal. Ook technieken als Shou Sugi Ban, waarbij het oppervlak van hout wordt verkoold, krijgen er een plaats.
Die zoektocht gaat verder dan materiaal alleen. Voor FLINT GRID Intersection werkte Atelier Nilsen samen met kunstenaar Jeroen Brouxs aan een gelimiteerde reeks van twaalf stukken, waarin meubelontwerp, kunst en vakmanschap elkaar ontmoeten.
Precies daarin krijgen drie generaties vakkennis vandaag een nieuwe betekenis. Steve gebruikt wat hij meekreeg als basis om te experimenteren, materialen te combineren en zijn eigen ontwerptaal verder te ontwikkelen.
Vakmanschap zit niet alleen in wat je maakt, maar ook in de kennis, ervaring en liefde voor het vak die erin samenkomen.
Traditie die verder leeft
Bij Paul Rogers loopt de liefde voor interieur en het meubelvak al sinds 1960 door de familie. Het verhaal begint bij Paul Rogiers en zijn vrouw Paula. Later namen hun zonen Pierre en Jean-Paul het familiebedrijf over. Vandaag bouwen Thibault en Louis Rogiers mee verder aan het merk en aan wat hun grootouders ooit begonnen.
Wat daarbij wordt doorgegeven, gaat verder dan productkennis of techniek. Het zijn ook ervaring, ondernemerschap en liefde voor het vak. Tegelijk krijgt iedere nieuwe stap ruimte om het verhaal verder te ontwikkelen.
Die evolutie is duidelijk voelbaar. De collectie van Paul Rogers omvat vandaag een brede wereld van living en dining, van sofa’s en loungechairs tot tafels, stoelen, bedden en aanvullende meubelstukken. Het merk werkt daarbij samen met verschillende ontwerpers en combineert jaren opgebouwde kennis met een hedendaagse, rustige vormentaal.
Ook de manier waarop Thibault en Louis vandaag verder bouwen aan het merk toont dat een familiebedrijf niet hoeft stil te staan om trouw te blijven aan zijn oorsprong. Ze nemen de ervaring en waarden mee die voor hen werden opgebouwd, maar geven tegelijk ruimte aan nieuwe ideeën, ontwerpers en collecties.
En misschien is dat precies wat zo mooi is aan een familiebedrijf als Paul Rogers. Een meubel ontstaat niet alleen voor het moment waarop het wordt gekocht. Het wordt deel van het leven errond: van samen eten aan tafel en thuiskomen in dezelfde zetel tot de herinneringen die zich jaar na jaar opstapelen. Sommige meubels krijgen daardoor zelf iets tijdloos en worden misschien ooit opnieuw doorgegeven.
Wat bij Paul en Paula begon als liefde voor meubels en interieur, leeft vandaag verder in een merk dat blijft evolueren zonder zijn familiale basis te verliezen.
Vakmanschap met een eigen signatuur
Bij Fontein & Bova gaat het meubelvak al vier generaties mee. De familielijn begint in 1928 bij Remi Van Wesepoel en loopt via Marcel en Jean-Marie tot Pieter-Jan Van Wesepoel. Maar bij Pieter-Jan wordt die geschiedenis vooral interessant door wat hij er vandaag mee doet.
Hij groeide op tussen meubels, hout en natuurlijke materialen en kreeg het vakmanschap van jongs af aan mee. Vanuit die basis ontwikkelde hij een eigen visie waarin kwaliteit, materiaal en levensduur centraal staan. Met Fontein & Bova vertaalt hij die kennis vandaag naar een hedendaagse collectie met een duidelijke eigen signatuur.
Die collectie beperkt zich niet tot één ruimte. Fontein & Bova ontwerpt voor indoor én outdoor, met tafels, stoelen en zitmeubelen, aangevuld met verlichting. Hout en natuurlijke materialen spelen een belangrijke rol en worden gecombineerd met onder meer textiel en vlechtwerk. Constructies mogen zichtbaar blijven en mee het karakter van een ontwerp bepalen.
Juist in die combinatie van materialen komt het vakmanschap naar voren. Houten structuren, vlechtwerk en zachte volumes worden samengebracht in ontwerpen waarin esthetiek, functionaliteit en comfort elkaar versterken. De aandacht voor materiaal, verhoudingen en afwerking loopt als een rode draad door de verschillende collecties.
Ook duurzaamheid krijgt bij Pieter-Jan een heel concrete betekenis. Niet alleen door de keuze van materialen, maar vooral door goed te ontwerpen en goed te maken. Hij zoekt naar technieken en oplossingen die lang meegaan en kiest bewust niet voor snelle of goedkope compromissen. Een meubel wordt niet bedacht voor één seizoen, maar om jarenlang mee te leven.
Ook in de naam Fontein & Bova leeft de familiegeschiedenis verder. Pieter-Jan geeft er vandaag zijn eigen invulling aan, met de kennis en liefde voor het meubelvak die hij van vorige generaties meekreeg. Vier generaties vakmanschap vormen de basis. Wat Pieter-Jan ermee doet, is helemaal van vandaag.
De maker mag zichtbaar blijven
Er zit nog een tweede beweging achter die hernieuwde belangstelling voor vakmanschap. We willen steeds vaker weten waar een object vandaan komt en wie erachter zit. Niet alleen welk merk erop staat, maar wie het bedacht heeft, waar het werd gemaakt en waarom bepaalde keuzes werden gemaakt.
Bij hedendaags Belgisch design hoeft de hand van de maker daarom niet volledig te verdwijnen. Een nerf mag afwijken, een oppervlak mag subtiele verschillen vertonen en een constructie mag zichtbaar blijven. Niet omdat iedere onregelmatigheid automatisch waardevol is, maar omdat materiaal en maakproces zo mee deel blijven uitmaken van het object.
Ook onze kijk op kwaliteit wordt daardoor breder. Een verzorgde afwerking blijft belangrijk, maar kwaliteit zit evengoed in de juiste materiaalkeuze, een verhouding waaraan lang werd gewerkt of een technische oplossing die precies doet wat ze moet doen. Soms zit ze zelfs in de beslissing om niet alles glad te strijken.
Daar raakt vakmanschap ook aan duurzaamheid. Een meubel kan technisch twintig jaar meegaan, maar als we het na enkele jaren alweer willen vervangen, wordt die levensduur nooit benut. Duurzaamheid gaat dus niet alleen over hoe lang iets kán meegaan, maar ook over hoe lang we het wíllen houden.
Waarom blijven sommige objecten jarenlang bij ons, terwijl andere snel inwisselbaar worden?
Materiaal en functionaliteit spelen daarin een rol, maar ook identiteit. Een meubel met een duidelijke eigenheid wordt makkelijker iets waaraan we ons hechten. We onderhouden het, herstellen het misschien en geven het soms zelfs door. Niet omdat het spectaculair moet zijn, maar omdat het iets bezit wat niet zomaar vervangbaar voelt.
Van de maker naar het interieur
Daar komt ook het interieur zelf opnieuw in beeld. Want een sterk interieur ontstaat zelden doordat alles uit dezelfde collectie komt.
Een goed meubel kan naast iets ouds staan, naast kunst, maatwerk of een object dat al jaren bij de bewoners hoort. Sterke stukken hoeven niet op elkaar te lijken om samen te werken. Ze verdragen net die confrontatie.
Misschien verklaart dat waarom Belgische interieurs vaak rust kunnen uitstralen zonder uniform te worden. Samenhang hoeft niet alleen uit dezelfde kleuren of materialen te komen. Ze kan ook ontstaan uit kwaliteit, verhouding en een zorgvuldige selectie van stukken die elk hun eigen aanwezigheid behouden.
Daar raken de rol van de maker en die van de bewoner elkaar. De maker bepaalt wat een object nodig heeft. De bewoner bepaalt welke objecten samen een interieur vormen.
En in beide gevallen kan weglaten even belangrijk zijn als toevoegen.
Dit is Belgisch
Na al die verschillende makers, materialen en werkwijzen blijft de oorspronkelijke vraag over: wat maakt Belgisch design uiteindelijk Belgisch?
Niet één kleur. Niet één materiaal. En al helemaal niet één herkenbare vorm. De makers in dit verhaal bewijzen net hoe verschillend het kan zijn.
Wat hen verbindt, zit ergens anders. Sophie Hellebaut vertrekt vanuit intuïtie en materiaal. Steve Nilsen gebruikt drie generaties vakkennis om te blijven experimenteren. Bij Paul Rogers wordt een familieverhaal met liefde verdergezet. En Pieter-Jan Van Wesepoel vertaalt wat hij meekreeg naar een eigen, hedendaagse signatuur.
Vier verschillende verhalen en vier verschillende manieren van maken. Misschien zit precies daarin het antwoord.
Belgisch design ontstaat niet vanuit één stijl, maar vanuit mensen die hun materiaal kennen, hun vak beheersen en de vrijheid nemen om er iets eigens mee te doen.
Een stoel begint niet bij de stoel, schreven we aan het begin. Tussen die eerste gedachte en het object dat uiteindelijk in een interieur terechtkomt, zitten tientallen keuzes, technieken, handen en jaren opgebouwde ervaring.
Niet alles daarvan zien we. Maar we voelen het wel.
Belgisch design laat zich niet in één stijl vangen. De eigenheid zit ergens anders: in de kennis van het materiaal, in de aandacht voor detail en in de handen van de mensen die een ontwerp vormgeven.
Achter een meubel dat vanzelfsprekend oogt, gaat vaak een heel proces schuil. Een materiaal wordt gekozen, een verhouding bijgesteld, een verbinding verfijnd. Soms steunt dat proces op kennis die al generaties meegaat, soms op intuïtie, experiment en de drang om iets nieuws te creëren.
Net daarin ligt de rijkdom van Belgisch design. Traditie en vernieuwing staan niet tegenover elkaar, maar versterken elkaar. Hout, textiel, leder, metaal of minerale afwerkingen krijgen telkens een andere betekenis wanneer een maker er zijn eigen handschrift aan geeft.
Voor Dit is Belgisch – Indoor brengen we vier Belgische namen samen die dat elk op hun eigen manier laten zien. Vier makers met een verschillende achtergrond en een heel eigen vormentaal, maar met dezelfde aandacht voor materiaal, vakkennis en kwaliteit.
Geen Belgische stijl die zich laat vastleggen in één beeld.
Wel vier sterke verhalen, elk met een eigen handschrift.
Dit is Belgisch.
Beeld: Fontein & Bova Home & Trends magazine editie 1…
Atelier Collón — Hout in zijn puurste vorm

Sinds 2022
Bij Atelier Collón staat massief hout centraal. Ontwerpster Sophie Hellebaut laat de natuurlijke structuur van het materiaal bewust mee het karakter van elk object bepalen. In PURE wordt het hout verfijnd en gepolijst tot een gladde, elegante afwerking, terwijl RAW net ruimte laat voor knopen, barsten en natuurlijke structuren.
Wat in 2022 begon met vazen en objecten in hout, groeide intussen uit tot een bredere collectie met onder meer verlichting, meubels en outdoorobjecten. Elk stuk wordt met de hand vervaardigd in België. Sophies intuïtieve manier van ontwerpen en haar aandacht voor materiaal, vorm en detail geven Atelier Collón een herkenbaar eigen handschrift.
Atelier Nilsen — Vakmanschap in beweging

Sinds 1953
Atelier Nilsen bouwt voort op een familiegeschiedenis die teruggaat tot 1953. Vandaag zet Steve Nilsen drie generaties vakkennis verder, maar geeft hij er nadrukkelijk zijn eigen richting aan. Zijn nieuwsgierigheid naar nieuwe technieken en materialen vormt daarbij de motor.
In FLINT GRID komen verschillende materialen en afwerkingen samen, van Mortex en hout tot leder, textiel en metaal. Ook technieken als Shou Sugi Ban krijgen er een plaats. Voor FLINT GRID Intersection werkte Atelier Nilsen bovendien samen met kunstenaar Jeroen Brouxs aan een gelimiteerde reeks van twaalf stukken. Zo gebruikt Steve wat hij meekreeg als basis om te blijven experimenteren en zijn eigen ontwerptaal verder te ontwikkelen.
Paul Rogers — Design dat generaties verbindt

Sinds 1960
Bij Paul Rogers loopt de liefde voor interieur en het meubelvak al sinds 1960 door de familie. Wat begon bij Paul Rogiers en zijn vrouw Paula, wordt vandaag verdergezet door de derde generatie, Thibault en Louis Rogiers.
De collectie omvat een brede wereld van living en dining, van sofa’s en loungechairs tot tafels, stoelen, bedden en aanvullende meubelstukken. Daarbij worden jaren opgebouwde kennis en familiewaarden gecombineerd met nieuwe ideeën en een hedendaagse, rustige vormentaal. Zo blijft Paul Rogers evolueren zonder zijn oorsprong te verliezen: een familieverhaal waarin ondernemerschap, liefde voor het vak en design generaties met elkaar blijven verbinden.
Fontein & Bova — Vier generaties vakmanschap

Sinds 1928
Bij Fontein & Bova gaat het meubelvak al vier generaties mee. De familielijn begint in 1928 bij Remi Van Wesepoel en loopt via Marcel en Jean-Marie tot Pieter-Jan Van Wesepoel. Vanuit die basis geeft Pieter-Jan vandaag zijn eigen invulling aan het familieverhaal.
De collectie omvat indoor- en outdoormeubelen en verlichting, met een belangrijke rol voor hout en natuurlijke materialen. Kwaliteit, materiaal en levensduur staan daarbij centraal. Geen snelle of goedkope compromissen, maar ontwerpen die gemaakt zijn om jarenlang mee te leven. Vier generaties vakmanschap vormen de basis; wat Pieter-Jan ermee doet, is helemaal van vandaag.





